1e tussenrapportage Evaluatiecommissie tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming

prof.dr. Klaartje Peters, Universiteit Maastricht Lokaal en regionaal bestuur
prof. mr. Geerten Boogaard, Universiteit Leiden Decentrale overheden
(Thorbecke-leerstoel)
prof.dr. Bibi van den Berg, Universiteit Leiden Cybersecurity governance
mr. Lianne van Kalken, Erasmus Universiteit Rotterdam Staats- en bestuursrecht

Op 8 april 2020 werd de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (verder: Tijdelijke wet) ondertekend. Op 1 september 2020 vervalt de wet in principe.

Aan een digitale beraadslaging en stemming worden enkele eisen gesteld in de Tijdelijke wet. Zo moet er sprake zijn van een videoverbinding die live gestreamd wordt, moet elk lid afzonderlijk digitaal toegang hebben tot de vergadering, moeten de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn voor de voorzitter, voor elkaar en voor het publiek en moet de
voorzitter de orde kunnen handhaven. Op veel andere punten gelden de bestaande wettelijke regels (in de Gemeentewet en de andere organieke wetten). Dat betekent dat inspraak nog steeds mogelijk moet zijn, maar het is aan gemeenten om te bepalen hoe dat nu te doen.
Daarnaast kan de voorzitter besluiten dat briefstemmen wordt toegepast in plaats van digitale besluitvorming. Dit is verplicht waar een geheime stemming vereist is (zoals benoemingen van wethouders), omdat geheimhouding in de digitale omgeving niet gewaarborgd kan worden.
Maar briefstemmen kan breder worden toegepast, bijvoorbeeld indien de techniek niet werkt.

Deze tussenrapportage is de eerste die de ingestelde evaluatiecommissie uitbrengt over de uitvoering en de effecten van de Tijdelijke wet. De komende tijd kan nog een tweede tussenrapportage en een eindevaluatie (na de zomer) worden verwacht. De commissie werkt met de volgende hoofdvraag:

Hoe is de invoering en het gebruik van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming verlopen, in het bijzonder voor wat betreft het feitelijk gebruik van de wet en de praktische uitvoering ervan, de cybersecurity aspecten van de gebruikte voorzieningen, de omgang met juridische kaders en vereisten, en de invloed op de politiek-bestuurlijke verhoudingen?

Deze hoofdvraag is nader uitgewerkt in deelvragen, ondergebracht in 3 clusters:

  1. Technische en cybersecurity aspecten;
  2. Juridische/staatsrechtelijke aspecten;
  3. Politiek-bestuurlijke aspecten.