Coronacrisis in de democratie en het openbaar bestuur

Update Wereldnieuws, 18 juni, week 24-25

De Coronacrisis lijkt inmiddels, zoals ook in eerdere News-Round-Ups al werd gesuggereerd, voorbij zijn hoogtepunt wat betreft de volksgezondheid. Andere vraagstukken worden steeds belangrijker en zorgen hier en daar voor toenemende onrust en woede. Hier volgen enkele belangrijke thema’s die afgelopen twee weken nadrukkelijk terugkwamen in de literatuur.

Aangezien het steeds evidenter is dat de Coronacrisis hardnekkige economische, maatschappelijke en politieke gevolgen zal hebben, denkt men steeds nadrukkelijker na over de consequenties op middellange en lange termijn, en het effect van de Coronacrisis op ontwikkelingen die al aan de gang waren voordat de pandemie op het toneel verscheen. Op 16 juni publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid de notitie Kwetsbaarheid en Veerkracht. WRR-reflecties op de langetermijngevolgen van de coronacrisis. Zij benoemt hierin acht kwesties als dé grote beleidsuitdagingen, waaronder de regierol voor de overheid, veerkracht en incasseringsvermogen van mensen, de rol van het bedrijfsleven en de toekomst van globalisering. Ook beargumenteert men dat het essentieel is dat er samenwerking is tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, dat er internationale samenwerking plaatsvindt en het gevoel van collectieve verantwoordelijkheid behouden blijft en niet verslapt naarmate mensen “crisismoe” worden.

Er wordt in de literatuur veel aandacht besteed aan goed openbaar bestuur en succesvol overheidsbeleid. De nadruk ligt daarbij op vertrouwen in de overheid, de civil society, overheidscapaciteit en krachtige, democratische instituties. In de eerste fasen van de Coronacrisis was er veel discussie over de vraag of autocratieën of democratieën succesvoller zouden zijn. Rachel Kleinfeld beargumenteert eind maart al dat er geen sterke correlatie is tussen type regime en effectiviteit; zowel onder democratische als autocratische staten zijn er goed en slecht presenterende. Drie factoren die niet direct te koppelen zijn aan een bepaald type regime hebben volgens de Kleinfeld méér draagwijdte als het gaat om effectiviteit: 1) of landen lessen hebben geleerd in eerdere pandemieën; 2) vertrouwen in de overheid; en 3) overheidscapaciteit en de kwaliteit van de bureaucratie. De beroemde Amerikaanse socioloog Francis Fukuyama onderschrijft dit in zijn artikel. Volgens Fukuyama heeft het type regime an sich weinig invloed op hoe succesvol staten zijn in het beperken van de Coronacrisis, maar hangt de uitkomst af van de factoren ‘state capacity, social trust and leadership’: “Countries with al three – a competent state apparatus, a government that citizens trust and listen to, and effective leaders – have performed impressively, limiting the damage they have suffered”. Ook de Amerikaanse politicologe Jennifer M. Piscopo gaat in haar artikel dieper in op succesvol coronabeleid. Verschillende experts en deskundigen vroegen zich de afgelopen weken af of gender een rol speelt in het succes; staten met vrouwelijke leiders zouden beter presteren. Het beeld dat vrouwelijke politici voor succesvol coronabeleid zorgen komt volgens Piscopo voort uit het feit dat het dan vaak gaat over rijke, stabiele democratieën, waar het vertrouwen in de overheid groot is. Zij beargumenteert in haar artikel dan ook dat niet gender maar vertrouwen in de overheid en sterke democratische instituties cruciaal zijn voor succesvol coronabeleid.

Een ander belangrijk onderwerp van de afgelopen weken is dat de Coronacrisis steeds vaker tot onrust en woede leidt. Dit thema kwam ook al eerder in de crisis aan bod, maar door het verduidelijken van de maatschappelijke, politieke en economische gevolgen van de Coronacrisis en de wereldwijde protesten over racisme en ongelijkheid als gevolg van de dood van George Floyd, werd dit weer een van de dominerende thema’s. Onder andere de Franse politicoloog Dominique Moïsi bespreekt de economische, politieke en maatschappelijke onrust en woede die hij wereldwijd in rap tempo ziet toenemen. Moïsi stelt in zijn artikel dat de onrust en woede problematisch is, maar niet overal even heftig is of zal zijn. De mate van woede en onrust hangt volgens de politicoloog grotendeels af van twee factoren: “the more that power is centralized and embodied in one person, the more fragile it is… in addition, the more that popular mistrust of state and its representatives feeds on previous negative perceptions, the more likely it is that fear and humiliation will result in anger.” Barry Eichengreen, hoogleraar economie aan Berkeley, betoogt in zijn artikel dat ook de grote protesten en onrust rondom racisme en ongelijkheid na de dood van Floyd niet per se een direct gevolg zijn van deze moord, maar dat specifiek nú deze protesten ontstaan doordat de Coronacrisis de ongelijkheid in samenlevingen onderstreept én vergroot.
.