COVID-19 en De intelligente lockdown in de ogen van de burgers

Opvattingen van burgers in de eerste weken van de COVID-19 crisis en de 'lockdown' over de gevolgen voor hun leven en gezondheid en hun vertrouwen in informatiebronnen

Dominika Proszowska
Giedo Jansen
Bas Denters, Twente Universiteit

De recente uitbraak van de coronavirus/COVID-19 en de met het oog daarop genomen beleidsmaatregelen van de overheid bieden een unieke gelegenheid om de vraag te beantwoorden welke factoren het gedrag van burgers in tijden van een pandemie bepalen. Deze vraag is vooral relevant in Nederland, waar de overheid afzag van stringente beperkingen van de vrijheid van individuele burgers en de risicobeheersing in belangrijke mate werd overgelaten aan ieders individuele verantwoordelijkheid. Tegen die achtergrond is het cruciaal om te weten wie, waarom en onder welke voorwaarden meer geneigd is om overheidsadviezen te volgen en zich aan de vastgestelde richtlijnen te houden. Aangenomen wordt immers dat het crisismanagement en de naleving van adviezen en richtlijnen door de burgers in de eerste crisisfase bepalend is voor de latere impact van pandemieën.

Het doel van ons onderzoek is bij te dragen aan een beter inzicht in de opvattingen en reacties van Nederlandse burgers tijdens deze cruciale beginfase. Dit inzicht kan van belang zijn voor het begrip van de mogelijke effectiviteit van gemaakte beleidskeuzes en voor het trekken van lessen met het oog op toekomstige strategieën voor de beheersing van (gezondheids)crises.

Deze bijdrage is de eerste in een reeks rapporten waarin in de eerste weken de impact van de COVID-19 pandemie en de bijbehorende beleidsmaatregelen op Nederlandse burgers worden
onderzocht. In deze eerste bijdrage beginnen we met een schets van de situatie kort na de uitbraak van de pandemie in Nederland en ten tijde van de invoering van de lockdown. Daarbij gaan we eerst in op de vraag: hoe de mensen zelf de crisis beleefden: hoe ervaarden zij de gevolgen van de crisis op een aantal belangrijke levensgebieden: fysieke en geestelijke gezondheid, financiën en het persoonlijke leven? En: waren er in dat opzicht verschillen tussen sociaaleconomische groepen. Welke groepen waren in deze opzichten relatief positief of juist negatief in hun beeld van de crisis (hoofdstuk 1)? In hoofdstuk 2 zoomen we in op de gepercipieerde gezondheidsrisico’s van COVID-19: ziet men het virus als een bedreiging voor de eigen gezondheid, maar ook als een risico voor de volksgezondheid in het algemeen? We onderzoeken ook hier weer of deze risico-opvattingen significant verschillen tussen leeftijdsgroepen, en voor mensen met een verschillend opleidingsniveau, uit verschillende provincies en voor mensen die wel of niet in de eigen omgeving te maken kregen met het virus.

Lees het onderzoek (pdf)