De betekenis van gedrag voor een corona-succesverhaal

Update Wereldnieuws, 13 november, week 30-46

Vele denkers en deskundigen stelden reeds in de eerste fasen van de coronacrisis dat het gedrag van burgers essentieel is in de strijd tegen de verspreiding van het Covid-19. De nadruk in deze betogen varieerde van de acceptatiegraad van burgers, het draagvlak voor maatregelen tot pandemie-moeheid. Afgelopen tijd, met name vanaf het moment dat men besefte dat de ‘tweede golf’ inzette, kwam de nadruk nog sterker te liggen op gedrag als cruciale factor voor een succesvolle bestrijding van het virus. Deze round-up haakt in op dit veelbesproken onderwerp en behandelt de vele aspecten en perspectieven die de afgelopen tijd terugkwamen in nieuwsartikelen, betogen en onderzoeken. Het gaat hierbij om gedrag en de relevantie daarvan in de breedste zin.

De acceptatiegraad van en het draagvlak voor maatregelen onder de bevolking zijn misschien wel de meest besproken onderwerpen in de artikelen over de coronacrisis. In de eerste fasen van de coronacrisis had men al de veronderstelling dat de mate waarin men bereid is individuele rechten en welvaart op te offeren afneemt naarmate de tijd vordert, en in de SCP-notitie Zicht op de samenleving in coronatijd (18 mei) spraken Lisette Kuyper en Kim Putters al over draagvlak in de Nederlandse samenleving voor overheidsmaatregelen. Rond het schrijven van de round-up week 23 werden eerdere vermoedens bevestigt toen zowel in Nederland als het buitenland een sterke toename was van anti-lockdown demonstraties. Dit speelde zich af in de periode waarin men het economische prijskaartje van de maatregelen inzag, waarover Markus Tepe e.a. op 14 april reeds stelden dat dit tot een afnemende aanvaarding onder burgers kan leiden. Zij concludeerden namelijk dat de acceptatiegraad onder de (Duitse) bevolking voor een ‘maximalist life-saving approach’ sterk daalt als deze benadering op de langere termijn economische schade met zich meebrengt. Zij benadrukten dat voornamelijk de economische effecten invloed hadden op de steun voor deze benadering, veel meer dan bijvoorbeeld de inperking van individuele rechten.

Draagvlak en naleving

Dat draagvlak voor maatregelen en naleving van richtlijnen en regels van essentieel belang zijn voor het slagen van het overheidsbeleid wordt door velen onderschreven en is inmiddels een van de belangrijkste discussiepunten in de literatuur. Vaak greep men in de eerste fase van de coronacrisis de (vermeende) verschillen tussen autoritaire en democratische regimes aan om succesfactoren in de strijd tegen Covid-19 bloot te leggen, maar aangezien er zowel succesvolle als falende democratieën en autocratieën zijn, bleek dit minder vruchtbaar dan gedacht. De aandacht verschoof vervolgens naar het draagvlak en naleving. Zo besprak Joshua Kurlantzick, werkzaam bij de Council on Foreign Policy, het verbazingwekkende succes van enkele continentale Zuidoost-Aziatische landen, die ondanks dat zij tot de armere landen behoren weldegelijk succesvol en effectief waren in het bestrijden van het virus. De Amerikaanse journalist stelt dat het feit dat de bevolking in hoge mate bereid is om zich aan de maatregelen te houden en dat zij op grote schaal richtlijnen naleven – zoals het dragen van mondkapjes, in sommige landen zelfs onder 95% van de bevolking – de voorwaarden schepten voor het succes van deze landen. Dit toonde volgens Kurlantzick aan dat het niet per se gaat om het politieke systeem – aangezien deze variëren van meer tot minder democratisch – of om geavanceerde, technologische middelen. Daarmee kunnen deze landen wellicht een voorbeeld zijn voor andere ontwikkelingslanden en zelfs enkele van de meest ontwikkelde landen.

Communicatie en draagvlak

Een noodzakelijke voorwaarde voor draagvlak en naleving is communicatie. Dat was volgens Kurlantzick ook een voorwaarde voor de hierboven genoemde succesfactoren in continentaal Zuidoost-Azië: transparantie over het virus en beleid en effectieve verspreiding van informatie, zelfs in de meest onderdrukkende regimes. Pawda Tjoa, onderzoeker aan de New Local Government Network, concludeerde ook al in juli dat communicatie van cruciaal belang was bij de naleving van maatregelen in Groot-Brittannië. In haar onderzoek bleek dat lokale politici het ontbreken van duidelijke en voldoende berichtgeving vanuit de centrale overheid als een van de belangrijkste oorzaken aanwezen voor de algemeen afnemende acceptatiegraad en de steeds negatievere houding van burgers. Will Tiemeijer, bijzonder hoogleraar gedragswetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, wijdde eveneens aandacht aan communicatie en draagvlak rond Covid-19 in de WRR-publicatie Communicatie en draagvlak Covid-19. In deze korte notitie noemt Tiemeijer een drietal basisprincipes. Eén van de basisprincipes met betrekking tot communicatie en draagvlak rond Corona is legitimiteit. Hiervoor is het cruciaal dat de communicatie te allen tijde wordt gekenmerkt door waarachtigheid: ‘zo eerlijk mogelijk, naar beste kennis van zaken, expliciet over de gemaakte afwegingen en open over wat we niet weten’. Daarnaast zijn redelijkheid en rechtvaardigheid van groot belang voor de legitimiteit. Een tweede fundamental is dat de communicatie duidelijk en eenduidig moet zijn. Als derde noemt Tiemeijer het feit dat gedragswetenschappers een vaste plek moeten krijgen aan tafels waar de overheid adviezen formuleert en besluiten neemt.

Sociaaleconomische status

Ook het feit dat gedrag van burgers, draagvlak voor overheidsmaatregelen en naleving van richtlijnen en regels (in zekere mate) beïnvloed wordt door sociaaleconomische status en bestaande culturele of sociale normen en waarden, is een steeds vaker voorkomend onderwerp in de literatuur over de coronacrisis. Susan Michie, Robert West en Nigel Harvey, hoogleraren aan University College London, schreven een artikel over het gebruik van het concept (pandemie-)vermoeidheid om een afname van de naleving te verklaren. De hoogleraren stellen dat een verminderde naleving in Groot-Brittannië aan de hand van hun data niet te verklaren is door een soort natuurlijke ‘vermoeidheid’ die mensen ontwikkelen door de richtlijnen en regels die zij voor een langere periode moeten volgen en die hen in de loop van tijd minder gemotiveerd maakt om deze na te leven. Volgens Michie, West en Harvey zijn er weldegelijk belangrijke factoren die wél bijdragen aan verminderde naleving. Zij noemen bijvoorbeeld het achterblijven van gedegen communicatie vanuit de overheid – zoals ook hierboven al genoemd als voorwaarde voor naleving – maar ook het feit dat verminderde naleving gerelateerd is aan levensomstandigheden (jongeren, huishoudens met meerdere gezinnen, financiële noodzaak, cruciale beroepen). Zelfs voor het toekomstige succes van een eventueel vaccin noemen enkele auteurs het belang van gedrag en de invloed van sociale en/of economische factoren hierop. Een vaccin kan wel effectief zijn en op grote schaal geproduceerd worden, maar als een groot deel van de bevolking zich niet wil laten vaccineren, zal dit alsnog weinig verschil maken. Lynn Williams e.a. onderzochten de acceptatiebereidheid van Covid-19-vaccinatie onder risicogroepen in Groot-Brittannië en keken daarbij ook naar data van andere internationale onderzoeken. Volgens de auteurs bleek uit een onderzoek dat de gemiddelde acceptatiebereidheid van een eventueel coronavaccin onder 20,000 respondenten uit 27 landen ongeveer 74% bedroeg, met grote variaties van 97% in China tot 54% in Rusland. Belangrijker is de conclusie dat de acceptatiegraad duidelijk lager bleek onder specifieke groepen. In Frankrijk bleek de acceptatiegraad beduidend lager onder lage-inkomensgroepen, in Australië onder lager opgeleide burgers en in de Verenigde Staten onder werklozen en de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap.