Het versnellen van reeds bestaande ontwikkelingen en de toegenomen urgentie om te acteren

Update Wereldnieuws, 18 juni, week 26-27

De gebeurtenissen van de afgelopen maanden hebben grote veranderingen teweeggebracht onder de Nederlandse bevolking. In de afgelopen 50 edities van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (SCP) vonden niet eerder zulke grote veranderingen plaats in de publieke stemming over politiek, samenleving en economie dan tussen januari en april. Uit het op 30 juni gepubliceerde Continu Onderzoek Burgerperspectieven blijkt dat ruim vijftig procent van de mensen zich tamelijk veel tot heel veel zorgen maakt over het coronavirus en voornamelijk angstig is voor de gevolgen voor de volksgezondheid, de economie en de maatschappij. Zeker de verwachtingen ten aanzien van de economie zijn achteruit gegaan: 85 procent verwacht een verslechtering. Er is echter ook ruimte voor optimisme. Zo is er een stijging van institutioneel vertrouwen, een stijging van maatschappelijk vertrouwen en grote trots op maatschappelijke veerkracht. Hiervoor zijn enkele redenen. Daadkracht is, zoals te zien was in eerdere edities van het COB, de belangrijkste reden van mensen voor weinig vertrouwen in de regering. In de beginfase van de coronacrisis reageerde de regering redelijk daadkrachtig, wat zorgde voor een toename in vertrouwen. Ook zou Nederland het in vergelijking met andere landen beter doen, waardoor Nederlanders de eigen regering positiever zouden waarderen. Daarnaast noemt men het ‘rally around the flag-effect’, dat ook de toename van institutioneel vertrouwen elders in de wereld helpt verklaren. Dit gaat uit van een opleving van patriottische gevoelens, een afkeer van verdeeldheid en de doorwerking van meer politieke eensgezindheid in de media ten tijde van crises. Deze positieve ontwikkelingen hebben we, zij het in mindere mate, ook gezien in de beginfase van de Kredietcrisis van 2008. In die fase werden de kosten nog niet gevoeld en was er ook een stijging van vertrouwen en waardering te ontdekken. Dit veranderde toen de bezuinigingen de Nederlandse bevolking echt raakten en grotere eigen bijdragen verwacht werden. Het is niet ondenkbaar dat de economische en maatschappelijke misère als gevolg van de coronacrisis de politiek-maatschappelijke orde in Nederland onder druk gaat zetten, zoals ook gebeurde met de Kredietcrisis. De COB-cijfers gaan over de maanden januari tot april 2020, waarin alles nog nieuw en onduidelijk was. De laatste weken ontvouwden echter de economische, maatschappelijke en sociale kosten van de crisis. Dit zal zijn effecten gaan hebben. Ook zal het rally around the flag-effect afnemen naarmate de crisis langer duurt en de coronacrisis ‘minder de grote gemeenschappelijke uitdaging wordt en meer een continue bron van uiteenlopende grote problemen’ (COB).

De focus in de literatuur komt ook steeds nadrukkelijker op thema’s te liggen die al vóór de crisis speelden. De coronacrisis blijkt voor velen een goede aanleiding om deze thema’s weer naar voren te brengen. Het idee is dat de coronacrisis de reeds bestaande ontwikkelingen heeft versneld, waardoor de urgentie om te acteren is toegenomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor ontwikkelingen als sociale en sociaaleconomische achteruitgang en de gevolgen daarvan voor de maatschappij. Al vóór de crisis werd veel gesproken over een toename in ongelijkheid en polarisatie. Volgens Peter Frankopan kan de coronacrisis ten aanzien hiervan een desastreuse werking hebben. Frankopan stelt dat toekomstig, post-corona overheidsbeleid zich dan ook sterker moet richten op het tegengaan van ongelijkheid. Als men deze ontwikkeling niet weet te corrigeren, is de kans zeer groot dat de toenemende ongelijkheid leidt tot een toename van geweld, polarisatie, racisme en intolerantie. De Britse historicus wijst in zijn artikel op de Spaanse Griep en de uitwerking daarvan op interbellum-Duitsland. Ook de Britse professor sociale psychologie Clifford Scott is hier bang voor. Lokale lockdowns, zegt Scott – die specifiek refereert naar de recente lockdown in Leicester –, zorgen voor toenemende onrust, opstand en zelfs ‘segregatie’. De oorzaak hiervan is dat de spreiding van het virus sterk samenhangt met sociale, sociaaleconomische en etnische scheidslijnen. Het vertrouwen in de democratie, de politiek, regeringsleiders en verkiezingen staat ook nadrukkelijk in de schijnwerpers. Waar de constatering in het COB was dat institutioneel vertrouwen toenam, stellen de economen Cevat Aksoy, Barry Eichengreen en Orkun Saka op basis van hun onderzoek naar de effecten pandemieën dat de coronacrisis – voornamelijk in democratieën en onder jongeren – het vertrouwen van burgers in de politiek en de overheid sterk doet dalen. Een ander veelbesproken thema is de Europese Unie. De coronacrisis zou ook hier reeds bestaande ontwikkelingen versnellen, óf juist de mogelijkheid bieden om deze ontwikkelingen te keren. Volgens Joschka Fischer, voormalig minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier van Duitsland, is de coronacrisis hét moment voor Europa om haar tekortkomingen – economisch, geopolitiek en democratisch verval – aan te pakken. Minder positief is Julia Strasheim, programmamanager Europese en Internationale politiek van de Bundeskanzler-Helmut-Schmidt-Stiftung. Zij beargumenteert dat de coronacrisis een dramatische klap was voor de EU en de al ingezette achteruitgang de definitieve nekslag gaf. Zij doelt daarbij voornamelijk op de democratische achteruitgang en het feit dat de EU haar positie als vredesbouwer verloor. Het overboord gooien van de democratie in Hongarije maakt Europa als vredesbouwer en democratisch paradijs ongeloofwaardig.

Adviesraden en planbureaus richten hun pijlen eveneens op de oude thema’s die vóór de coronacrisis al aandacht genereerden en zij geven advies over de aanpak van de pandemie en hoe overheden op gevolgen moeten inspelen. De WRR waarschuwde in juni ‘om blijvend alert te zijn op ‘mutaties” van de crisis’ en dat we ons moeten voorbereiden op mogelijke ‘crises na de crisis’ en ook de Sociaal Economische Raad (Denktank coronacrisis) kwam al in mei met het adviesrapport De contouren van een intelligent herstelbeleid. Hierin noemde zij enkele belangrijke uitgangspunten, waaronder het overeind houden van de economische basis, inspelen op de ingezette transities, versterking van de Europese samenwerking, grip houden op de gezondheidszorg, sociale bescherming van kwetsbare groepen en het tegengaan van kansenongelijkheid. Een recenter voorbeeld is de publicatie Het openbaar bestuur voorbij Corona van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Deze publicatie bestaat uit reflecties van tientallen wetenschappers, bestuurders en ambtenaren op de invloed van de coronacrisis op het functioneren van het openbaar bestuur, de democratie en de rechtsstaat.