Inspraak in de anderhalvemetersamenleving

Jeremy van der Heijden en
Friso Selten, Master Research in Public Administration and Organisational Science, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht

Het hebben van een goed functionerende democratie is enorm belangrijk. Juist ook tijdens een crisis. De COVID-19 pandemie werpt echter verscheidene barrières op voor democratische processen. Een crisis vraagt om daadkrachtig en snel optreden waardoor er minder tijd is voor verantwoordingsmechanismen en het organiseren van burgerinspraak is complex in een anderhalvemetermaatschappij. Fysieke inspraakbijeenkomsten kunnen niet plaatsvinden en het is lastig om momentum te genereren voor nieuwe initiatieven. Tegelijkertijd biedt de crisis ook kansen om democratische processen en burgerinspraak te versterken. De COVID-19 crisis kan zorgen voor meer gemeenschapsgevoel, leiden tot nieuwe samenwerkingen en een stimulans zijn voor het opzetten van digitale vormen van participatie.

In dit rapport is in kaart gebracht hoe bestuurders, organisaties en burgers in verscheidene Europese landen omgaan met deze risico’s en kansen die de COVID-19 pandemie biedt voor democratische processen. Wat voor innovatieve ideeën, structuren en projecten zijn opgezet om burgerinspraak mogelijk te maken tijdens de coronacrisis?

Om dit te onderzoeken is eerst een inventarisatie gemaakt van welke democratische innovaties er zijn ontstaan tijdens de COVID-19 crisis in Europa op het regionale en lokale bestuursniveau. Hierna zijn drie projecten, welke vernieuwende vormen van inspraak mogelijk maken, in detail bestudeerd. Deze drie projecten zijn:

  1. Een online platform van de gemeente Bordeaux om burgers de mogelijkheid te geven het stadsbestuur te adviseren door middel van participatieve budgettering.
  2. Een hackathon in Berlijn met als doel om de samenwerking tussen burgers, bedrijven en overheidsorganisaties te bevorderen.
  3. Vier mutual-aid groepen in verschillende gemeenten in het Verenigd Koninkrijk. Dit zijn groepen op sociale media waarop burgers elkaar helpen.

Op basis van dit onderzoek worden in het rapport vier conclusies gepresenteerd.

  1. De COVID-19 crisis is een stimulans voor digitale participatie en gemeenschapsvorming
    Veel democratische innovaties tijdens de COVID-19 pandemie vinden online plaats. Overheden en burgers maken op deze manier kennis met nieuwe manieren van informatievoorziening (zoals informatie dashboards) en alternatieve manieren om burgerinspraak te organiseren (bijvoorbeeld via online platformen). Ook kan de coronacrisis de vorming van (online) lokale gemeenschappen versterken. Tijdens de crisis zijn veel groepen opgezet op sociale media waarin burgers elkaar helpen.
  2. De meeste democratische innovaties tijdens de coronacrisis zijn gericht op informeren
    Veel van de innovaties die zijn ontstaan tijdens de COVID-19 pandemie, binnen het lokale en regionale niveau, zijn gericht op het informeren van burgers. Dit kan een stimulans zijn voor nieuwe vormen van overheidstransparantie. Lokale en regionale bestuurders maken tijdens de crisis bijvoorbeeld kennis met het delen van real-time data via online dashboards.
  3. Meer intensieve vormen van top-down democratische innovaties ontstaan niet tijdens een crisis
    Dit onderzoek laat tegelijkertijd zien dat meer intensieve democratische innovaties – participatieprojecten die verder gaan dan informeren en daadwerkelijk inspraak mogelijk maken – vaak niet tijdens de crisis ontstaan. In zowel Bordeaux als Berlijn waren al veel structuren aanwezig om online participatie vorm te geven. Hierdoor konden deze steden tijdens de COVID-19 crisis snel digitale tools inzetten. Uit dit onderzoek blijkt wel dat de groepen op sociale media wel op spontane wijze tijdens de crisis zijn ontstaan.
  4. De innovaties maken geen inspraak mogelijk in het managen van de crisis zelf
    De in dit onderzoek geïdentificeerde democratische innovaties maken over het algemeen geen inspraak in de kern van het crisisbeleid mogelijk. De bestudeerde participatie trajecten richten zich op hoe er met de vastgestelde social distancing-maatregelen kan worden omgegaan, bijvoorbeeld het bestrijden van eenzaamheid of het ondersteunen van lokale winkels. De projecten geven burgers echter niet de mogelijkheid invloed uit te oefenen op de besluitvorming omtrent het managen van de crisis zelf. Dit terwijl juist hier fundamentele beslissingen worden genomen; Wat is er nog toegestaan tijdens een lockdown? Moeten parken worden gesloten? Hoe wordt er opgetreden tegen mensen die zich niet aan de maatregelen houden?

Deze vier conclusies bieden belangrijke inzichten voor regionale en lokale bestuurders die inspraak willen mogelijk maken tijdens een crisis. Allereerst laat de analyse van de drie casussen zien dat het belangrijk is om, bij het kiezen van een innovatie, het doel en de doelgroep van de innovatie in acht te nemen. Resultaten van het onderzoek laten zien dat op de Facebookgroepen veel verschillende initiatieven ontstaan en deze een breed bereik hebben. De online platformen in Bordeaux en Berlijn hebben beiden een specifiek doel maar bereiken daarom ook alleen een specifieke doelgroep. Ten tweede laten de resultaten uit dit onderzoek zien dat intensieve participatievormen over het algemeen niet tijdens een crisis ontstaan. Het is dus belangrijk om al voor een crisis te experimenteren met alternatieve (online) vormen van participatie. Hierbij is het ook belangrijk om na te denken over mogelijkheden om burgers te betrekken bij het vormgeven van de crisismaatregelen zelf. Ten derde, blijkt uit het onderzoek dat er veel nieuwe manieren om burgers te informeren zijn ontstaan tijdens de crisis, bijvoorbeeld online dashboards en het organiseren van hackathons. Het is interessant om te zien of deze typen innovaties ook na de COVID-19 crisis vaker ingezet gaan worden. Op deze manier kan de coronacrisis een katalysator zijn voor transparanter overheidshandelen, een stimulans voor burgerparticipatie en een versterking van democratische processen.

Lees de publicatie (pdf)