Richting exit-strategie

Update Wereldnieuws, 11 mei, week 20

Afgelopen weken indiceerde de literatuur dat de crisis langzamerhand naar een derde fase beweegt, waarin men nadenkt over – of zelfs al stappen zet richting – de exit-strategie, én ook politisering van de Coronacrisis optreedt. De hoofdvraag in deze derde fase luidt: “hoe komen we als democratie weer uit deze crisis?” Hier volgen belangrijke thema’s die de media domineerden in weeknummer 20.

De Nederlandse regering kondigde vorige week, zoals regeringen in vele landen deden, dat men na ging denken over het verder beëindigen van de restrictieve coronamaatregelen. Overal waar regeringen kenbaar maakten terug te willen keren naar een situatie meer vergelijkbaar met vóór de Coronacrisis, kwam veel discussie op gang. Dit was deze week dan ook een belangrijk thema in de literatuur. De Britse econoom Simon Wren-Lewis stelt in zijn artikel dat er nog te weinig vertrouwen is onder de (Britse) bevolking om de lockdown met succes op te heffen, zeker als men dit voornamelijk om economische redenen doet. Pas als het publiek daadwerkelijk overtuigd is van het feit dat het gevaar (grotendeels) voorbij is kan de economie op gang komen, anders zullen burgers op grote schaal thuisblijven en hun werkzaamheden niet hervatten. Ook Harold Varmus vindt het voorbarig om de lockdown op te heffen of maatregelen te verzachten. De Amerikaanse Nobelprijswinnaar voor Geneeskunde stelt dat er nog niet genoeg bekend is over het virus en waarschuwt voor het gevaar van te impulsief handelen: ‘the understandable desire to restore normal life quickly has raced ahead of the scientific knowledge to do so safely. The result could be mortality rates that exceed even those occurring now.’

Er is echter niet alleen kritiek op het beëindigen van maatregelen en de “terugkeer naar normaal”. John Lee, voormalig professor pathologie, komt terug op zijn eerdere lovende uitspraken aan het adres van de Britse overheid. Waar hij eerst blij was met het feit dat de regering ervoor koos om de wetenschap te volgen, stelt hij in zijn artikel in The Spectator van 8 mei dat de regering tunnelvisie ontwikkelde gedurende de Coronacrisis, niet meer open stond voor alternatieve routes en dat men de lockdown zo snel mogelijk moet stoppen. Volgens Lee zou een soortgelijke aanpak als die van Zweden de uitkomst bieden.

Het feit dat de meningen zo sterk uiteenlopen is illustratief voor de politisering van de Coronacrisis. Er is een duidelijke verscherping van politieke tegenstellingen. Ook in de samenleving zien we mensen zich de afgelopen weken (zoals eerder in de Verenigde Staten) in toenemende mate openlijk afzetten tegen maatregelen en de lockdown. Sociologen Anna-Maria van Hilst en Jaron Harambam constateren dat ‘discussies over het bestrijden van de Coronacrisis ontaarden in moddergooien en polarisatie’. Simpele tegenstellingen tussen volksgezondheid en economie en tussen solidariteit en vrijheid domineren het gesprek. Er lijkt geen inhoudelijke, respectvolle discussie meer mogelijk. Van Hilst en Harambam stellen dat ‘om op langere termijn voldoende draagvlak voor de corona maatregel te behouden en om solidariteit tussen verschillende maatschappelijke groepen te bevorderen’, democratische methodes van inspraak en deliberatie cruciaal zijn. In Ierland werden citizen assemblies georganiseerd over controversiële onderwerpen, waarom zouden we in dit geval geen burgerpanel kunnen organiseren om de dialoog aan te gaan?